|
||||||||||
|
![]() |
|||||||||
|
Maak uw keuze:
|
Revisie 23 076 De VSM 23 076 wordt op dit moment gereviseerd in de werkplaats in Apeldoorn. De machine is in 1976 bij de VSM gekomen en, na drie jaar dienst gedaan te hebben, is zij buiten dienst gesteld. De locomotief is in de loop der jaren uit elkaar gehaald, waarna pas sinds 2004, na de revisie van de 23 071, weer begonnen is met de revisie van deze machine. De 23 076 rijdt sinds juli 2007, na 28 jaar stilstand, weer over de VSM-lijn. De locomotief 23 076 Vlak voor de Tweede Wereldoorlog wordt in Duitsland de baureihe 23 ontworpen. Het ontwerp leidt tot twee prototypes, en is gebaseerd op het ontwerp van de baureihe 50. Onder andere de ketel en de tender waren hetzelfde. Beide prototypen komen na de oorlog in Oost-Duitsland terecht, waar zij model staan voor de Oost-Duitse serie 23. In West-Duitsland is men na de oorlog begonnen met een nieuw ontwerp voor de baureihe 23. Dit moderne ontwerp beschikte over o.a. gelaste ketels in plaats van geklonken ketels en later ook rollenlagers. Dit ontwerp heeft geleid tot een serie van 105 locomotieven. De 23 105 wordt in 1959 als laatste stoomlocomotief nieuw afgeleverd voor de Deutsche Bundesbahn. De locomotieven waren bedoeld als vervanger voor de serie P8 (BR38). Met 110 km/h per uur vooruit en 85 km/h achteruit reden deze machines reizigers- en lichte sneltreinen. De locomotieven werden uitgerust met een zogenaamde Wendezugsteuerung, wat inhield dat de locomotieven in een trek-duw bedrijf ingezet konden worden.
In 1976 kwam de 23 076 naar de VSM als loc 2. Zij heeft toen drie jaar dienst gedaan tot de machine in 1979 buiten dienst werd gesteld. De revisie De laatste keer dat de 23 076 bij de VSM dienst deed was tijdens het tweede Terug naar Toen festival in 1979. De keuringstermijn van de loc zou kort daarna aflopen en de machine werd naast de oude Romneyloods in Beekbergen op spoor 2 terzijde gesteld. Bijna twee jaar heeft ze daar gestaan. U moet zich voorstellen dat de VSM in die tijd nog maar een heel klein bedrijfje was en dat het depot in Beekbergen bestond uit het doorgaande spoor 1, een inhaalspoor 2 en dan nog spoor 3 (met smeerput) en spoor 4 in de loods. Spoor 3 liep overigens door de loods heen en eindigde bij het als woning ingerichte rijtuig A 7705. Dit spoor was toen nog een kopspoor. Het wissel dat nu tussen spoor 2 en 3 ligt is pas later aangelegd. In de zomer van 1981 werd de 23 076 op spoor 3 (buiten de loods aan de Apeldoornse zijde)geplaatst en werd er door 3 medewerkers met de revisie van de loc begonnen. Dat wil zeggen, de ketel werd ontdaan van pijpen en buizen, honderden leidingen en de ketelbeplating werd verwijderd en allerlei onderdelen werden van merkplaatjes voorzien en opgeslagen. En dat was het toen wel zo’n beetje. Het rijdend houden van het andere materieel vergde zoveel aandacht dat de werkzaamheden aan de 23 076 noodgedwongen gestaakt moesten worden. Toen rond 1984 spoor 11 gereed kwam werd de loc daarheen versleept. In half ontmantelde toestand maakte ze een desolatie indruk. Na het afronden van de revisie van de 64 415 in het voorjaar van 1987 werd begonnen aan de 23 071. Toen bleek dat de tender van de 23 076 in zeer slechte staat verkeerde. Snel handelen was noodzakelijk. Er werd besloten de tender van de 076 te reviseren en deze dan achter de 23 071 te koppelen. De originele 071 tender werd geconserveerd en onder zeil opgeborgen. Sinds 1990 rijdt de 23 071 dus rond met de tender van de 23 076. Inmiddels was de 23 076 overgebracht naar Apeldoorn om daar in de pas verworven werkplaats Hugenolz onderdak te vinden. Dat ging overigens nog niet zo makkelijk, want de loc bleek te hoog voor de schuifdeur in de loods. Eerst moesten machinistenhuis en schoorsteen verwijderd worden. Daarbij kwam maar al te duidelijk naar voren hoe slecht het machinistenhuis was. De loc kon nu naar binnen. Eén van de eerste acties was de loc te lichten en van haar assen te ontdoen. Het frame en de ketel werden op kleine lorries geplaatst die het mogelijk maakten de machine zijwaarts te verplaatsen naar het midden van de loods. Daar heeft ze ruim 16 jaar zo gestaan. Werd er niet aan gewerkt dan? Ja wel hoor. Om te beginnen werd de rookkast volledig vernieuwd. De oude was namelijk zo slecht dat werd gevreesd dat deze het ketelgewicht op de duur niet meer zou kunnen dragen, met alle gevolgen van dien. En passant werd toen ook maar de voorwarmer die zich boven in de rookkast bevind nieuw geconstrueerd. Het frame werd volledig kaal gemaakt en bleek in opmerkelijk goede staat te zijn. Daarna kwam er weer een beschermende verflaag overheen. De ketel werd geconserveerd en lange tijd gebeurde er niets of heel weinig aan onze 076. Het revisiewerk aan de andere locs had een hogere prioriteit. Zo kregen op het spoor naast de 076 o.a. de 23 071, 64 415, de VSM 50-ers en 52-ers en een aantal diesellocs een grote of kleine revisie. Pas nadat de laatste revisie van de 23 071 werd afgerond werd er weer regelmatig aan de 076 gewerkt. Of eigenlijk al tijdens de revisie van de 071. Want voor die loc moesten veel nieuwe onderdelen gemaakt worden. En als je dan een volledig identieke loc hebt staan die ook van dezelfde nieuwe onderdelen moet worden voorzien is het handiger en voordeliger om dan maar gelijk twee setjes te maken. Hierbij valt te denken aan het machinistenhuis, ketelbeplating, oververhitterelementen etc. Maar pas toen de 071 weer aan het depot Beekbergen werd overgeven kon met de revisie van de 076 voortvarend worden verder gegaan. Zo werd de ketel voorzien van een nieuwe set pijpen en vlambuizen. De leibanen werden nauwkeurig uitgemeten en geslepen. Zuigers en schuiven werd gecontroleerd en van nieuwe zuigerveren voorzien. Alle afsluiters werden gereviseerd. De nieuwe ketelbeplating werd aangebracht en een nieuw machinistenhuis geconstrueerd. Het remwerk werd van alle speling ontdaan door alles van nieuwe pennen en bussen te voorzien. Nu beschikt de VSM over een voorraad van misschien wel enkele duizenden remblokken, maar van het type dat aan de serie 23 hangt waren er niet genoeg meer voorradig om de gehele machine van nieuwe te voorzien. Dus deze moesten worden nagegoten. Steeds meer onderdelen konden weer aan de loc gemonteerd en langzamerhand kreeg ze haar oude uiterlijk terug. Hoogtepunt daarin was wel het weer op de wielen plaatsen van de loc in de zomer van 2006. Het is nu bijna gebeurd werd er geroepen. Maar wie dat riep had geen inzicht in hoeveel tijd er nog zou gaan zitten in zaken als het nieuw maken van honderden leidingen, het monteren van het remwerk, de afbouw van het machinistenhuis etc. En ondertussen is ook de tender (juist ja, die dus oorspronkelijk achter de 071 liep) gereviseerd. Ook hier was veel werk aan. De volledige kolenbak werd vernieuwd, alsmede grote delen plaatwerk van de waterbak. De draaistellen kregen een revisie en natuurlijk moest alles er strak en pico bello uitzien. Dat moet aan de loc natuurlijk ook zo. Geen detail wordt vergeten. Zo zijn er weer fabrieksplaten op de cilinders aangebracht en is de loc weer voorzien van Indusi magneten. De machine ziet er fantastisch uit, mogelijk nog beter dan 50 jaar geleden toen ze de fabriek van Arnold Jung verliet om aan haar loopbaan bij de Deutsche Bundesbahn te beginnen. Met dank aan Henk Verschoor. |
|||||||||
|
|
||||||||||